Aanpassing wet- en regelgeving 2013

Aanpassing wet- en regelgeving 2013

De aanpassing van de wet- en regelgeving vanaf 1 januari 2013 betekent, kort samengevat, het volgende:

  • Vergunningplichtige activiteiten worden steeds meer onder de algemene regels gebracht.
    Het gaat om activiteiten binnen de rubber- en kunststofverwerkende industrie, voedingsmiddelenindustrie, schietinrichtingen, betonindustrie, grafische industrie en inrichtingen voor het onderhouden, repareren en reinigen van spoorwegvoertuigen.

  • Voor betonbedrijven die zijn aangewezen als grote lawaaimaker is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig.
    Op basis van akoestische gegevens beoordeelt het bevoegd gezag of het oprichten of uitbreiden van het bedrijf aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder voldoet. Als deze grenswaarden worden overschreden moet de vergunning worden geweigerd, of moeten maatwerkvoorschriften worden gesteld.

  • Agrarische activiteiten zijn onder het Activiteitenbesluit gebracht.
    Met dit besluit zijn diverse agrarische besluiten onder het Activiteitenbesluit gebracht. Het betreft het Besluit landbouw, het Besluit glastuinbouw, het Besluit mestbassins en het Besluit lozingen open teelt en veehouderij. Daarnaast komen intensieve veehouderijen tot de IPPC-grens (40.000 stuks pluimvee, 2000 vleesvarkens of 750 zeugen) onder het Activiteitenbesluit te vallen.

Het aantal agrarische bedrijven dat onder de algemene regels valt, wordt dus uitgebreid.
Voor bedrijven, die nu nog vergunningplichtig zijn en straks onder het Activiteitenbesluit gaan vallen, zullen de geluidsnormen soepeler worden. Dat komt niet alleen doordat de geluidsnorm ruimer is dan bij vergunningverlening vaak het geval is, maar ook doordat laad- en losactiviteiten overdag uitgezonderd worden van beoordeling.

  • De planologische status bepaalt of een object of gebied geluidsgevoelig is voor zowel type C, type B als type A bedrijven en bij beslissingen op grond van de Wet geluidhinder.
    Deze wet regelt onder meer dat bij verschillende wetten het planologische regime (de bestemming in het bestemmingsplan) en niet langer het feitelijk gebruik, bepalend wordt voor de bescherming die een gebouw of functie geniet tegen geluid.

  • Voormalige agrarische bedrijfswoningen die door derden worden bewoond, worden niet beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf.
    Een (voormalige) agrarische bedrijfswoning die is bestemd voor bewoning door derden wordt van rechtswege beschouwd als onderdeel van de agrarische inrichting. Deze woning wordt niet beschermd tegen geluidhinder van de bijbehorende inrichting.

  • ·         Overgangsrecht

Voor vergunningplichtige bedrijven die vanaf 1 januari 2013 onder het Activiteitenbesluit vallen, loopt het overgangsrecht over het algemeen drie jaar, tot 1 januari 2016 (zie artikel 6.1 Activiteitenbesluit). Daarbij geldt als voorwaarde dat de voorschriften van die vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften op basis van het Activiteitenbesluit.

  • ·         Voor een inrichting die behoort tot de betonindustrie en die is aangewezen als grote lawaaimaker blijven de geluidsvoorschriften voor onbepaalde tijd als maatwerkvoorschrift gelden (artikel 6.33a).